Grotere kaart weergeven



<h1>Wandelen door de geschiedenis, top 100 Valthe (map 22)</h1> In de Middeleeuwen behoorde Valthe samen met Exloo en Odoorn tot het kerspel Odoorn. Dit waren toen de enige dorpen in dit gebied. Het dorp telde in 1612 rond 60 inwoners en was daarmee kleiner dan Exloo en Odoorn. Ten noorden van het dorp liggen de Valtherbouwkampen, ten zuiden van de Schaapskuil (ijsbaan) aan de oostkant van de Valtherzandweg. Aan de westkant van deze weg ligt het zgn. Eppiesbergje. Bronnen vermelden: in Valten (1217), apud Valte (1298-1304), Valte (1459, 1519, 1547), to Fjalten (1542). De plaatsnaam kan zijn afgeleid van: a) vaelt = omheinde ruimte of erf, b) fal(o)d, faled = kudde, schaapskooi, (koe)stal, omheining en c) van het ww. valgen = ploegen. Valthe bezit oude Saksische boerderijen met kastanjes en eiken langs de Hoofdstraat en Schoolstraat. Een oud veldkeienpad, de Weerdingerzandweg, leidt naar het Valtherbos, een voormalig heidegebied, dat in het kader van de werkverschaffing in de crisisjaren met bomen werd beplant. Toch was Valthe in de 17de eeuw niet onbelangrijk. Dit vanwege de valtherschans die deel uitmaakte van de noordoostelijke verdedigingslinie van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Een belangrijke functie had deze schans in de jaren 1165 en 1163 toen zo'n 700 soldaten het kerspel Odoorn behoedden voor invallen door vreemde strijdkrachten (o.a. van Bommen Berend of wel de bisschop van Münster). In 1811 genoot Valthe als kleinste dorp van de toenmalige gemeente Odoorn de eer dat daar in een boerderij aan de Hoofdstraat het eerste gemeentehuis werd ondergebracht. Dat dat niet gebeurde in het kerkdorp Odoorn of in het grootste dorp Exloo had te maken met het feit dat de burgemeester uit Valthe kwam. In 1835 werd het gemeentehuis verplaatst naar Odoorn. Overigens was toen nog geen sprake van een echt gemeentehuis. Het 'gemeentelijk apparaat' bestond in die tijd uit de burgemeester die tevens gemeentesecretaris was, een bode en een veldwachter. De Noordooster Locaalspoorweg had ook in Valthe vanaf 1904 een station, Station Valthe, aan de spoorlijn Emmen-Gasselternijveen van de Noordoosterlocaalspoorweg-Maat- schappij. ( het station is nog in de oude stijl behouden gebleven ). Het dorp was in oude tijden geheel agrarisch gericht. De weinige middenstanders die het dorp rijk was waren tegelijkertijd ook boer. Het landbouwbedrijf was gemengd. Rogge was het belangrijkste gewas, maar er werden ook ossen gehouden voor eigen gebruik en de handel. Voor de bemesting waren in met name de 18de eeuw de schapen van belang. Vanaf 1912 werd de heide ontgonnen hetgeen mogelijk was geworden door de introductie van kunstmest. Rond Valthe bevinden zich 5 hunebedden. Hunebed D31 bevindt zich in Hunzebos tussen Exloo en Valthe, hunebed D34 is gelegen links van de weg Valthe - Odoorn. D35 ligt links van de weg Valthe - Klijndijk aan de noordrand van het Valtherbos en de hunebedden D36 en D37 liggen aan de zuidrand van het dorp Valthe. Deze 2 hunebedden worden vanwege hun ligging "De Valther Tweeling" genoemd. De bekendste grafheuvel nabij Valthe is het Eppiesbargie aan de Odoornerweg. Daarnaast bevinden zich diverse andere grafheuvels in het Valtherbos. Ook is er een z.g. Pingoruïne. Dit is een overblijfsel uit de laatste ijstijd. Deze pingoruïne is gelegen ten zuiden van het dorp Valthe en is eigenlijk een van de zuidelijkste bronnen van de Hunze of Oostermoer-se vaart, die uitmondt in het Zuidlaardermeer